In de marge |
|
| Bedenkingen, reacties zijn altijd
welkom bij miekemolemans@mdo.wico.be |
Beste leerling
Een nieuwjaarsbrief voor jou, wij hadden er een willen schrijven.
Een nieuwjaarsbrief bestaat meestal uit een heel aantal cliché-wensen. De nieuwjaarsbrief van Lut Celie is dat helemaal niet.
In de school zien wij dagelijks jonge mensen. Jongeren zoals jij, bruisend van leven, genietend maar ook onzeker en soms moe en angstig. Wij hopen dat je ook in onze school iets terugvindt van hetgeen de auteur je toewenst.
De brief is ook een engagement. Wij willen erg ons best doen om verder aan zo’n school te bouwen. Uiteraard met jouw steun.
Namens alle personeelsleden van harte een goed nieuw levensjaar in onze school.
Martine Bollen
Patricia Hanegreefs
Mieke Molemans

Een nieuwjaarsbrief
Publicatie met toestemming van Lut Celie.
Misschien trek jij binnenkort naar ouders, meters, peters toe, wens je hen een goede gezondheid, voorspoed en een lang leven toe. Ik vroeg me af: mag het voor één keer andersom, dat jou, jongere, iets wordt toegewenst?
Beste jongere, ik heb de laatste tijd (te) vaak leeftijdsgenoten van jou ontmoet die naar 'het ultieme' wilden grijpen en kiezen voor - de gedachte aan - de dood. Ik zag ze gelukkig ook recht krabbelen, herstellen. Het was niet altijd simpel, dat mag je gerust weten, soms hervielen ze in donkere gedachten, maar ik zag ze na een tijdje van doorwerken en doorpraten weer zin krijgen in vriendschap, in verbinding maken, in het leven kortom. Omdat ik zo'n herstel vaak zie, wil ik jou, jongere, die verlangt en bruist en geniet, maar soms ook onzeker is en moe en verlamd van angst, van alles toewensen.
Ik wens je
eerst en vooral de tijd toe en de ruimte om het moeilijk te hebben, om down te zijn, om een verlies, een diepe pijn, een breuk, een scheiding uit te rouwen. Ik wens je op zijn minst één mens in de buurt toe die jou die tijd en die ruimte gunt.
Ik wens je taal toe, om wat in jou woekert uit te tekenen, uit te spreken, uit te zingen, uit te schreeuwen. Toon wat in je vastzit, geef asjeblieft signalen, zeg op de één of andere manier 'ik kan niet meer'. Ik wens je op zijn minst één mens toe in je buurt die jouw schreeuw, jouw signaal, jouw taal mag begrijpen.
Ik wens je begrip toe. Geen oordeel of sanctie, maar begrip. Ik wens je het woord 'opnieuw' toe, van 'opnieuw mogen beginnen'.
Ik wens je een nest toe, met opvoeders, ouders, plus-vaders, meemoeders, noem maar op, die je helpen en je tonen wat het kader is waarin je opgroeit. Een nest waar het warm is, veilig, met een hoge rand zodat je er niet uit kan vallen.
Ik wens je een samenleving toe die je naar waarde schat, die jou 'perfect' vindt omdat je jezelf bent. En niet een afgeborsteld ideaal kind. Want je bent zoals wij volwassenen, onaf, speciaal, iemand met identiteit. Ik wens je een omgeving toe die je identiteit niet 'verpest', die je pest omdat jij je anders toont dan de rest.
Ik wens je de rust toe die je in jouw groei verdient. In die lawine van beelden, van tekstberichten, van indrukken en veranderingen thuis en erbuiten, van verwachtingen, snelheid en sprintjes trekken. Ik wens je ten minste één mens in je buurt toe bij wie je rust mag vinden.
Ik wens je vele oren toe, van mensen die juist luisteren. Die niet meteen komen aandraven met een pasklaar antwoord, een actie- of een stappenplan, zonder dat ze je échte vraag hebben gehoord. Ik wens je toe dat je met hen kan praten, of niets zeggen, dat je gewoon kan samenzitten, onnozel doen, ontroerd zijn, verbonden blijven. Verbinding betekent: de draad niet lossen, zodat je niet eenzaam achterblijft.
Ik wens je ten slotte de zin toe die in onze praktijk heel groot op de witte muur werd geschreven, zodat iedereen hem kan lezen: 'Als ik je vraag naar mij te luisteren en je begint met mij advies te geven, deed je niet wat ik vroeg. Al wat ik je vroeg was te luisteren, niet te praten of iets te ondernemen, enkel mij te horen. Doen kan ik best zelf, ik ben niet hulpeloos. Misschien ontmoedigd en struikelend, maar niet hulpeloos.'
Beste jongere, ik wens jou een gelukkig, gezond... Nee, ik wens je gewoon het leven toe.
Lut Celie, psychotherapeut

|